dinsdag 14 december 2010

Winter nog niet voorbij in interimland

Gisteravond presenteerde Atos Interim-management haar 5de Atos Interim Index. Piet-Hein de Sonnaville, directeur van Atos Interim, vatte de uitkomsten van dit onderzoek samen met de woorden ‘De winter is nog niet voorbij, maar het is wel gestopt met sneeuwen’. De bodem in de markt lijkt bereikt, alhoewel dat nog niet voor alle sectoren en partijen geldt.

Resultaten wisselend per sector
Atos peilt elk kwartaal de stemming onder interim-managers uit haar bestand. Eens per jaar bevragen ze ook een groot aantal opdrachtgevers over hun
verwachtingen van de interimmarkt.  Zo ook deze editie van de Interim Index, het grootste repeterende onderzoek onder interim-managers.

Een greep uit de resultaten:

*          De tarieven van interim-managers zijn in het afgelopen jaren in alle sectoren fors gedaald. De bodem lijkt nu echter wel bereikt. Een herstel naar het niveau van 2-3 jaar geleden wordt niet verwacht. De tarieven zullen blijvend onder druk staan. Overigens heeft de onderzochte doelgroep (veelal algemeen interim-managers) een gemiddeld tarief van € 118,- euro per uur.

*          65% van de interim-managers geeft aan momenteel een opdracht te hebben, overigens maar voor een klein deel full-time. Dit getal komt aardig over een met andere onderzoeken van bijvoorbeeld Myler.

*          Hoe groter de organisatie, hoe groter het percentage interimmers en hoe hoger het tarief. Dat feit blijft een constante uit het onderzoek van Atos. Ondanks het feit dat die zelfde grotere organisaties aangeven graag met minder externen te willen werken.

*          De verschillende sectoren geven een wisselend beeld als het gaat om de verwachting van de vraag naar interimmers (de verwachting, dus niet de feitelijke situatie, dat is wel een belangrijke aantekening bij dit onderzoek). Zowel interim-managers als opdrachtgevers zijn ronduit negatief als het gaat om de vraag vanuit de overheid. Er wordt hier een grote vraaguitval verwacht, een vraaguitval die overigens grotendeels nog moet plaats vinden. Voor alle andere sectoren is de verwachting stabiel of (licht) groeiend. Met name over de Zorgsector is men positief gestemd.  

*          Specialisten en project/programma-managers hebben duidelijk betere vooruitzichten dan generalistische algemeen managers. Leo Witvliet, vers benoemd hoogleraar Interim-management op nyenrode, riep de aanwezige interim-managers op eens kritisch naar hun visite-kaartje te kijken. “Management is uit. Organisaties hebben behoefte aan kennis, mensen die met gezag over hun kennisdomein kunnen spreken.” Etaleer en ontwikkel die kennis; met alleen (levens)ervaring red je het in deze markt niet meer, is zijn boodschap.

Meer ‘Boomerang interimmers’ , beleid opdrachtgevers blijft achter
Piet-Hein de Sonnaville constateert verder een groeiende trend in interim-land: de ‘near employee’. Zelfstandige interim professionals die dicht tegen een organisatie aan zitten en regelmatig bij een opdrachtgever terug komen voor weer een nieuwe opdracht. Boomerang interimmers noem ik ze ook wel. Het biedt voor de interimmers een stuk zekerheid, waar ze – zo blijkt – een stuk tarief voor in willen leveren. Voor opdrachtgevers scheelt het in de transactiekosten voor het aantrekken van de interimmers en ze zijn sneller ingewerkt.

Duidelijk is dat er op dit vlak voor veel organisaties nog een boel te ontwikkelen valt. Deze schil aan interimmers wordt zelden betrokken bij zaken als opleiding en ontwikkeling. Beleid voor het inzetten van interimmers is er veelal wel (73% van de organisaties zegt een externen beleid te hebben), maar slechts een klein percentage van de interimmers ervaart dat beleid daadwerkelijk.

Het structureel werken met een groot aantal (boomerang-)interimmers kan een prima strategische keuze van organisaties zijn. Voor de gewenste flexibiliteit en het binnenhalen van ‘just in time’ kennis. Dat vergt wel een goed en ‘levend’ externen beleid. We hebben het hier dan zowel harde zaken als inkoopvoorwaarden en contracten als de meer ‘zachte’ zaken rondom introductie, werkfaciliteiten en opleiding. Een dergelijk goed opdrachtgeverschap zal in tijden van schaarste een belangrijke rol spelen in het aantrekken van de juiste zelfstandige interim professionals tegen de juiste voorwaarden.

Positie interim-bureaus
Uit de interim index kwam verder nog naar voren dat 39% van de interimmers aangeeft zijn opdracht via een bemiddelingsbureau verkregen te hebben. Dat is fors minder dan het onderzoek van een jaar geleden, toen het aandeel van de bureaus nog rond de 50% lag. Interimmers weten vooral meer opdrachten uit eigen netwerken te verkrijgen. Internet speelt in de directe bemiddeling nog (!) een bescheiden rol.

Voor Leo Witvliet is het duidelijk: de winter is voor de interim-bureaus nog niet eens echt begonnen. ‘Bureaus zullen hun business model drastisch moeten omgooien’. De pijn zit voor bureaus aan verschillende kanten: de algemene markt daalt, hun markt aandeel daalt, de tarieven dalen en dan staan ook de bureau-marges onder druk. Ze krijgen minder van minder. Het zal nog de nodige veranderkundige vaardigheden vergen van de bureaus om deze slag te maken.

De volledige resultaten van dit onderzoek, de Atos Interim Index, zijn op te vragen via de site van Atos interimmanagement.  

Geen opmerkingen: